Presentaties

Bedrijfspresentatie: wat zet je erin.
De meeste presentaties over een bedrijf beginnen met het oprichtingsjaar en eindigen met de contactgegevens. Daartussenin zitten een tijdlijn, een organigram, een kaart met kantoorlocaties en een dia vol met logo's van klanten.
Het is allemaal waar. Geen enkel detail blijft hangen.
Dat is niet omdat er te weinig in staat. Het is omdat er te veel in staat, en omdat bijna alles over jou gaat terwijl je publiek naar zichzelf kijkt.
Dit artikel behandelt welke onderdelen er standaard in horen, welke je kunt weglaten, de volgorde die werkt en hoeveel dia's realistisch is.
Wat een presentatie over je bedrijf moet doen
Er is één vraag die je publiek zich stelt, zelfs als ze die niet hardop uitspreken: wat heb ik hieraan?
Dat klinkt bot, maar het is de enige test die telt. Elke dia die daar geen antwoord op geeft, kost je aandacht zonder er iets voor terug te geven.
Dat betekent niet dat je niet over jezelf mag praten. Het betekent dat je over jezelf praat vanuit hun perspectief. Niet "wij bestaan sinds 1998", maar "we doen dit al 25 jaar, dus we hebben deze situatie al vaker meegemaakt". Dezelfde informatie, een andere insteek.
De acht onderdelen, en welke je kunt schrappen
Vrijwel elke presentatie over een organisatie bestaat uit dezelfde bouwstenen. Het verschil tussen een sterke en een slappe zit in welke je gebruikt.
1. De situatie van je publiek. Verplicht. Dit is je opening. Herkennen ze zichzelf hier niet, dan is de rest verspilde moeite.
2. Het probleem dat je oplost. Verplicht. Zonder spanning is er geen verhaal en geen reden om te blijven luisteren.
3. Wat jullie doen. Verplicht, maar korter dan je denkt. Eén slide. Als het niet op één slide past, is de propositie nog niet scherp.
4. Bewijs. Verplicht. Twee of drie cases met een resultaat. Liever twee overtuigende dan zes redelijke.
5. Hoe jullie werken. Optioneel. Alleen opnemen als je aanpak daadwerkelijk afwijkt van wat gebruikelijk is. Anders is het een procesplaatje dat niemand leest.
6. Wie jullie zijn. Optioneel en kort. Eén slide met de mensen die dit project doen werkt beter dan drie slides over de organisatie.
7. De cijfers. Optioneel. Omzet, aantal medewerkers en vestigingen zijn relevant als schaal een argument is. Bij een klantgesprek zelden.
8. De vervolgstap. Verplicht, en passend bij het moment: een vervolggesprek of een demo, niet de koopvraag. Zonder deze slide is je presentatie een documentaire.
Schrappen mag. Wat er in de praktijk als eerste uit kan: de tijdlijn met mijlpalen, het organogram, de wereldkaart met vestigingen en de missie- en visieslide. Die vier komen bijna altijd voor en dragen bijna nooit bij.
Wat er standaard in hoort maar zelden goed staat
Drie onderdelen die er meestal wel zijn, maar niet doen wat ze zouden moeten doen.
De klantlogo's. Een raster met dertig logo's zegt: wij hebben klanten. Dat wisten ze al. Kies drie logo's die lijken op je publiek en zet erbij wat je voor ze gedaan hebt. Drie met context verslaan dertig zonder.
De cijfers. "40 procent efficiënter" zegt weinig. "Van twee dagen naar een halve dag" zegt alles. Zoek de eenheid die je publiek dagelijks gebruikt.
Het team. Een pagina met gezichten van het managementteam is protocol. Een pagina met de drie mensen die dit project draaien, met één regel waarom juist zij, is een argument.
De volgorde die werkt
Zet je bedrijf niet vooraan. Dat voelt onnatuurlijk en juist daarom werkt het.
De situatie van je publiek
Wat daarin knelt
Pas nu: wat jullie doen
Bewijs dat het werkt
De vervolgstap
Het verschil met de gebruikelijke volgorde is één ding: je introduceert jezelf als antwoord op een probleem in plaats van als onderwerp van de dag. Iemand die het probleem net heeft herkend, luistert anders naar wie jij bent.
Hoeveel slides is realistisch
Voor een gesprek van dertig minuten: tien tot vijftien slides, met ruimte voor gesprek. Voor een presentatie van tien minuten: vijf tot acht.
Belangrijker dan het aantal is de verdeling. Als meer dan de helft van je slides over jouw organisatie gaat, klopt de balans niet, hoeveel slides je er ook van maakt.
Houd daarnaast achter je hoofdverhaal een bijlage klaar. Alles wat interessant is maar niet noodzakelijk, gaat daarheen. Dan klik je ernaartoe als ernaar gevraagd wordt, zonder dat het je verhaal ophoudt.
Eén presentatie, verschillende routes
Deze presentatie wordt zelden één keer gegeven. Het reist naar een klantbijeenkomst, een aanbesteding, een beursstand en een onboardingdag.
Bouw dus geen vijf decks, maar bouw één modulair verhaal. De structuur blijft hetzelfde; per doelgroep neem je een andere route, waarbij je overslaat wat niet relevant is en inzoomt op wat dat wel is. Begin je voor elke gelegenheid opnieuw, dan eindig je met vijf half-afgemaakte versies en een verhaal dat op elke afdeling anders klinkt.
Als het spaak loopt bij de vertaling naar dia's, kun je je bedrijfspresentatie laten maken door Mr.Prezident.
Frequently asked questions
?
Wat zet je in een bedrijfspresentatie?
?
Hoeveel dia's moet een bedrijfspresentatie hebben?
?
Moet de geschiedenis van het bedrijf erin?
?
Wat is het verschil met een salespresentatie?